Behulpzaamheid

Dominique Morsink
  | 
29 mei 2024

Ik las laatst in een artikel dat wij als mensen – allemaal, en dat betekent ik dus ook – veel minder behulpzaam zijn dan we denken te zijn. We denken wel dat we erg behulpzaam zijn, theoretisch gezien, maar in de praktijk valt het dan toch vies tegen. 

 

Zo heb ik zelf wel een paar voorbeelden waarin ik die theorie goed kan onderschrijven. Zo stond er een keer een auto stil midden op de hoofdstraat die dwars door ons dorp gaat. Het was een drukke dag te zien aan de lange rij auto’s die zich achter deze specifieke auto ophielden. Wij reden in onze auto op de ernaast gelegen rijbaan in tegengestelde richting en keken naar dit spektakel. Het was duidelijk dat er geen blije mensen aanwezig waren in de lange rij auto’s, wat ik me goed kon voorstellen, want er was geen ontsnappen aan omdat uitwijkmogelijkheden volledig ontbraken. Mijn primaire gedachten waren leeg, mijn secundaire gedachten ook. We reden er gewoon aan voorbij en hadden eerder de drang om het aantal auto’s te tellen die zich ophoopten dan de drang om hulp te verlenen. Totdat we er al een flink eind aan voorbij waren en ik ineens – veel gedachten later – de auto acuut tot stilstand maande. Stop de auto en draai om! Riep ik uit. We moeten gaan vragen of we kunnen helpen. Wat in mijn oren als een noodzakelijke kreet klonk, als onweerlegbaar, als actiegericht, klonk in zijn oren heel anders, wat ik concludeerde uit zijn niet veranderende rijrichting. In mijn herinnering sprong ik vervolgens uit een half rijdende auto, en maakte ik op heldhaftige wijze rechtsomkeert richting de stilstaande auto. Waarschijnlijk had hij de auto uiteindelijk toch aan de kant gezet, vóórdat ik eruit sprong, maar dat soort zaken zijn gemakkelijk te vergeten. Ik weet wel nog goed dat we er een flinke ruzie over kregen, dat hij het belachelijk vond dat ik me er zo druk over maakte, er zijn heus al wel veel anderen gaan helpen. Dat kon zo zijn, dacht ik, maar dat weet je pas als je dat vraagt. Ik ging terug naar de stilstaande auto en bood mijn hulp aan, wat de bestuurder erg blij maakte gezien de vriendelijke en warme glimlach die op zijn gezicht verscheen. Ik kon echter niks doen, omdat zijn automaat daar niet vandaan geduwd kon worden en hij vanuit zijn penibele positie op de ANWB moest wachten. Ik ging onverrichter zaken weer naar huis, maar niet zonder een voldaan gevoel. Het enige wat ik me afvroeg is waarom ik niet gelijk in actie was gekomen, maar dat heel bewust er zelf bij moest denken. Het zit er niet primair in dacht ik nog. 

 

Op een ander moment stond ik geparkeerd bij de supermarkt en zag ik een ouder echtpaar hun autootje tegenover mij parkeren. Het einde van hun parkeervak werd gemarkeerd door een hoge stoepbult. De bestuurster leek een aanloop te willen nemen bij het inparkeren en met één vloeiende beweging lanceerde ze het autootje over die bult heen, waar die auto helemaal niet hoorde te zijn wat ik kon afleiden uit het krakende geluid waarmee de beweging gepaard ging en de daaruit volgende onmogelijkheid om er weer vloeiend vandaan te rijden. Eigenlijk kwam het er gewoon op neer dat ze vast zaten. Ik aanschouwde het geheel, vond het ook echt wel sneu voor hen, pakte mijn plastic tas en liep zo de winkel in. Pas toen ik binnen was (velen gedachten later) ontsprong er voor het eerst een gedachte over hulp aanbieden. Die werd echter direct opgevolgd door andere gedachten, je hebt haast, je hebt geen tijd. Ik negeerde die gedachten en liep uiteindelijk toch terug. De oude bijrijder bekeek de schade en de bestuurster zelf durfde niet achter het stuur vandaan te komen. U heeft de auto net een beetje te ver naar voren geparkeerd, vertelde ik haar, wat natuurlijk nergens op sloeg omdat ze dat zelf ook wel door had. Samen met haar man duwde ik tegen de motorkap terwijl zij met trillende handen aan het stuur en een verbeten gezicht gas gaf. Ik hoopte dat ze de auto in de achteruit versnelling had gezet. Het was een klusje van niks en de auto stond in een vlotte beweging weer in het vak. Zij blij, auto blij en ik blij. Wat was nou uiteindelijk de moeite? 

 

Zo stonden wij ook een keer zelf midden in een pittoresk Frans dorpje met onze auto midden op de weg stil. We hadden het plotseling uitvallen van de motor van onze auto al maanden ritueel genegeerd. Het was gewoon wat het was. Dus zonder dat het één van ons zenuwachtig maakte reden we met die auto, inclusief twee kinderen en overmatig veel bagage, van Nederland naar Zuid-Frankrijk. Zonder kleerscheuren haalden we onze eindbestemming en een probleem ontstond er pas op dat specifieke kruispunt op dag drie van onze vakantie. Toegegeven, we stonden er behoorlijk in de weg, zowel voor de auto’s die er niet zonder instructies aan voorbij konden rijden, als voor de terraszitters die toch ineens een ander uitzicht hadden. Het merkwaardige aan de hele situatie was niet dat onze auto na een flinke periode van afkoeling gewoon weer bereid was te starten – en we er gewoon weer mee naar huis zijn kunnen rijden op dag veertien van de vakantie – maar de reactie van de mensen die ons wilden passeren. Het was overduidelijk niet zo dat wij daar een mooi plekje dachten te hebben veroverd om eens rustig van het mooie uitzicht te kunnen genieten. Beide zonen hadden hun lichamen in een lamlendige houding over het ernaast staande hek gedrapeerd, met het gezicht van het uitzicht áfgewend, vrouw hield de laatste fles water onderste boven en man wapperde wilde gebaren naar passanten met een zweterig ontbloot bovenlijf. Het was een vrij duidelijke overmacht situatie, dat is wat ik vooral bedoel te zeggen. En toch, ik denk dat van de tien auto’s die erlangs wilden rijden, we door acht zijn uitgescholden, door één zijn genegeerd en door slechts één zijn geholpen. Als ik toen het betreffende artikel al gelezen had, dan had ik de schrijver groot gelijk gegeven. Ik wist precies waar zij het over had.

Artikel uit de categorie:
Forest People

0 Reacties op "Behulpzaamheid"

Geef een reactie op dit artikel

© 2026 DMW Consultancy - Powered by Maatos