FOREST PEOPLE
Hoofdstuk 1: wie ben je echt?
Om te veranderen hoef je niks anders te doen dan anders over jezelf te gaan denken: je zult moeten veranderen wie je denkt te zijn. Om dat te kunnen is het belangrijk om te ontdekken wie je echt bent.
We identificeren onszelf vaak met ons gevoel van IK, terwijl je veel meer bent dan dat. Je bent onder andere een combinatie van bewustzijn en onderbewustzijn. Beiden hebben over en weer invloed op elkaar. In je bewustzijn woont je vrije wil. Vanuit die vrije wil heb je invloed op de keuzes die je maakt en daarmee invloed op de kwaliteit van je leven.
In dit eerste hoofdstuk zal ik je uitleg geven over wie jij bent. Deze kennis vormt de basis voor een prettiger leven. Je zult namelijk eerst moeten begrijpen hoe jouw lichaam werkt (bijvoorbeeld over hoe gedrag tot stand komt) voordat je jouw invloed kunt pakken.
Ik leg het uit aan de hand van de volgende onderdelen.
Je ridders zijn je eigenschapen waaraan je op dit moment te herkennen bent als mens. Deze eigenschappen zijn ontstaan door het leven wat je geleefd hebt. Specifieke overtuigingen over jezelf vormen leefregels. Vanuit deze overtuigingen en leefregels vorm jij jouw specifiek herkenbare eigenschappen. Aan jouw riddertafel zit een heel clubje van deze eigenschappen (ridders). Ze kunnen van plek wisselen en in mate van belang groeien en krimpen.
Alle ridders hebben voordelen en nadelen, ze hebben een kracht en een valkuil. Als je jouw verschillende ridders kunt leren herkennen dan kun je ze beter laten samenwerken. Je kunt krachten bundelen en je kunt een kracht tegenover een valkuil zetten.
JIJ bent ze allemaal. De ridders zelf zijn slechts een onderdeel van jou. Al deze ridders mogen er zijn. Je hoeft geen enkele kant van jezelf af te wijzen of te onderdrukken. Het gaat om de juiste balans. Het is belangrijk dat je naar ze leert luisteren, dat je weet wat ze te zeggen hebben, dat je weet wanneer je hun advies moet opvolgen en wanneer je dat beter niet kunt doen.
Je bent een combinatie van bewustzijn en onderbewustzijn. In je bewustzijn woont je vrije wil: je maakt bewuste keuzes. In je onderbewustzijn wonen je geautomatiseerde (onbewuste) programma’s, oftewel je gewoontes. Over deze handelingen denk je niet na, je voert ze op de automatische piloot uit. Je lichaam heeft hierover de leiding.
Bewustzijn kun je zien als de ruiter en onderbewustzijn als de olifant. Het is altijd de ruiter tegenover de olifant. Wanneer je aandacht hebt dan heb je als ruiter controle over de olifant. Zonder aandacht zal de olifant haar eigen patronen volgen. In het eerste geval neem je invloed op je leven. In het tweede geval leef je vandaag zoals je gisteren leefde, volgens je aangeleerde gewoontes.
Onze hersenen zijn een grote magische machine. Je hersenen kun je vergelijken met een computer, met hardware (de anatomische delen) en software (de programma’s die je in de loop van je leven hebt verzameld).
Om jezelf te leren kennen is het belangrijk om wat meer te weten over de werking van je hersenen. Bijvoorbeeld waarom hersenen sneller op negativiteit reageren dan op positiviteit. Waarom je beter kunt gaan rennen als je gestresst bent. En dat onze hersenen overal verbanden zien en zelf leggen. Een handige eigenschap maar ook funest omdat je daardoor je verleden naar je heden blijft halen. En in dat laatste geval kom je geen stap verder als je jezelf daar niet bewust van bent.
Je kijkt met je ogen en je ziet met je hersenen.
Je hoort met je oren en je luistert met je hersenen.
We luisteren autobiografisch en we kijken autobiografisch.
(Steven Covey)
We hebben allemaal dezelfde zintuigen, toch is hetgeen we waarnemen heel erg persoonlijk. Wat je waarneemt is een mix tussen de feitelijke omgeving en jouw specifieke bewustzijn daarover. Je neemt waar wat voor jou belangrijk is en wat je gewend bent waar te nemen. Je hersenen maken daar vervolgens een voor jou logisch verhaal van. Een verhaal wat je vaak direct aanneemt als de waarheid. Toch kan niemand echt objectief waarnemen en bestaat die waarheid niet. Van alles wat er valt waar te nemen kunnen jouw zintuigen maar een klein deel daadwerkelijk waarnemen. Je hersenen zorgen dan voor een laatste selectie zodat je van een nog kleiner deel ook echt bewust wordt. Die bewuste waarnemingen hebben veel invloed op je denken, voelen en doen. Om invloed te hebben op dit denken, voelen en doen, is het belangrijk om te begrijpen hoe waarnemen werkt.
De metafoor van de ruiter (het bewustzijn) en de olifant (het onderbewustzijn).
Deze metafoor maakt het gemakkelijker om te begrijpen waarom je vaak doet wat je altijd al deed en waarom veranderen om die reden soms echt moeilijk is.
Jouw olifant is een heel groot deel van jou en stuurt ook een heel groot deel van jouw gedrag aan. Ze doet haar ding op basis van aangeleerde programma’s, oftewel op basis van gewoontes. De meeste ruiters zitten slapend op de olifant en gaan zo mee in haar olifantengedrag, wat leidt tot een leven zonder keuzevrijheid. Een ruiter met aandacht – met kennis van de olifant – heeft invloed en kan op pauze drukken waardoor er ruimte komt tussen een actie en een reactie. In die ruimte ontstaat er keuzevrijheid. Vanuit die vrijheid kunnen ze samen een leven leiden dat beter bij hen past.
Het gevoel van IK is je ruiter (je bewustzijn). Ondanks dat je bent opgebouwd uit veel onderdelen voelt het alsof je alleen jouw bewustzijn bent, alleen de ruiter, alleen dat gevoel van IK. Vanuit dat IK gevoel vorm je een zelfbeeld, een IK-verhaal. Dat is het verhaal wat je over jezelf verteld als je jezelf voorstelt. Die manier van naar jezelf kijken zorgt ervoor dat je jezelf met alles wat je denkt, voelt en doet identificeert. Dat je jezelf alles persoonlijk maakt. En dat zorgt ervoor dat er geen ruimte is om anders te zijn, dat er geen afstand is om op pauze te drukken.
Om pauze te creëren tussen een actie en een reactie is er afstand nodig van dat IK-verhaal.
JIJ is wie jij echt bent. Dat is een combinatie van je bewustzijn (je IK-verhaal) en je onderbewustzijn. Dus een combinatie van je ruiter en je olifant. Dit kun je ook je identiteit noemen. Jouw identiteit bestaat uit veel eigenschappen (je eerder genoemde ridders). Deze eigenschappen liggen niet vast. Deze kunnen veranderen en daar heb je invloed op. Ze komen voort uit de overtuigingen die je over jezelf en over de wereld om je heen hebt. Deze overtuigingen vormen dus je eigenschappen en deze bepalen hoe jij je (bewust en onbewust) gedraagt.
Onze hersenen zijn al vanaf onze geboorte geprogrammeerd. Deze programma’s zorgen ervoor dat we gemakkelijk op de automatische piloot kunnen leven. Deze automatische piloot bestaat uit patronen en deze patronen zijn je gewoontes. Ze komen tot uiting in je actie-reactie cirkels. Er is een actie (een prikkel of trigger) en je hebt een bijpassende reactie. Dan herleef je jouw verleden in het heden en wordt het ook je toekomst. Je reageert zoals je altijd reageert. Wanneer je vrij wordt van deze actie-reactie cirkels kun je voor je eigen gedrag kiezen. Je kunt jezelf dan de vraag stellen: hoe wil ik me in deze situatie gedragen?
En wanneer je jezelf anders gaat gedragen, dan ga je jezelf ook anders voelen. En vanuit daar ontstaan ook weer andere gedachten.
Een trigger is een soort grote rode knop waarop gedrukt wordt waardoor je ineens in een actie-reactie cirkel schiet. Het kan een gebeurtenis, een voorwerp, een persoon, een uitspraak, een geur, een kleur, een liedje enzovoort zijn.
Het hebben van triggers (prikkels) is een normaal iets, ze zullen nooit verdwijnen. Het is de bedoeling dat je ze leert herkennen en dat je zelf leert bepalen hoe je erop reageert. Je kiest dan je eigen gedrag. Dat is emotionele vrijheid.
Denken – voelen – doen – zijn.
Emoties zijn de taal van je lichaam en naar die taal moet je luisteren zodat je weet wat je nodig hebt. Een emotie bestaat uit een lichamelijk gevoel en uit een bijbehorende gedachte. Je voelt dus iets in je lichaam en je hebt daar een gedachte bij. Je leert jezelf op het lichamelijke gevoel te richten en de gedachten los te laten. Je leert dat je kunt blijven staan te midden van emoties, dat ze komen en gaan, dat je naar ze kunt kijken als een waarnemer waardoor je niet meer wordt meegesleurd door je emoties.
Denken – voelen – doen – zijn.
Gedachten zijn de taal van je hersenen. Gedachten zijn een bijproduct van de werking van je hersenen. Het voordeel van het hebben van gedachten is dat het ons in staat stelt te communiceren met anderen via taal (hardop denken). Het nadeel van het hebben van gedachten is dat we ze voor waar aan kunnen nemen. Gewoon door ergens aan te denken krijg je een mening, een lichamelijk gevoel of een gevoel over jezelf.
Het is onmogelijk om te stoppen met denken. Je kunt wel leren om afstand te nemen van gedachten waardoor je niet meer gelooft wat je denkt. Dat is een werkelijk bevrijdend gevoel.
Waarom gedraag je jezelf zoals je jezelf gedraagt? Daar is niet zomaar een simpel antwoord op te geven. Echt goed begrijpen van gedrag is onmogelijk en dat hoeft ook niet. Gedrag is een uiting aan de buitenkant van alles wat je aan de binnenkant hebt opgeslagen. Het is grotendeels aangeleerd.
Denken – voelen – doen – zijn. Van deze is gedrag hetgeen waar je het meeste invloed op hebt waardoor je ook invloed hebt op wat je denkt en voelt en ook op wie je uiteindelijk bent.
Gedrag is heel erg complex. Het is wat we uiteindelijk zien van elkaar. Over gedrag gaat eigenlijk de hele training, het overlapt met alle andere onderwerpen waardoor het vooral gaandeweg ter sprake komt.
Er is sprake van een gewoonte als je lichaam beter weet hoe iets moet dan je bewustzijn. Je kunt iets herhalen zonder al te veel moeite en zonder er (erg) bewust van te zijn. Gewoontes zijn de weg van de minste weerstand, het zijn de programma’s die je jezelf gedurende je leven hebt aangeleerd. Gewoontes zorgen ervoor dat je jouw verleden naar het heden haalt en er ook de toekomst van maakt. Als je leeft volgens je gewoontes dan leef je zonder eigen invloed.
Vanuit je vrije wil (je bewustzijn) kun je hieruit loskomen en kun je jouw eigen keuzes maken. Daarvoor heb je aandacht, volharding, energie en veel geduld nodig.
Vrije wil is een activiteit van je hersenen en het deel van je bewustzijn waarmee je invloed op je eigen hersenen kunt hebben. Vrije wil moet je ontwikkelen, net zoals je een spier zou trainen. De aanleg is aanwezig, maar van nature niet heel sterk als je er niks mee doet.
Vanuit je vrije wil kun je de manier waarop je hersenen geprogrammeerd zijn bijsturen. Je kunt vanuit je vrije wil veel invloed uitoefenen op wie je bent en hoe je reageert.
Hoofdstuk 2: wie jij denkt te zijn
Wie ben je als het niet uitmaakt wat een ander van je vindt? Of wanneer het niet uitmaakt of je voldoet aan de wensen van kritische ouders? Of als het niet uitmaakt of je knap of slim of succesvol bent?
Denken – voelen – doen -zijn. Je bent wat je doet, je doet wat je voelt, je voelt wat je denkt.
Je bent wat je doet is de illusie van wie jij denkt te zijn. JIJ bent veel meer dan dat: Jij bent wat je denkt, wat je voelt, wat je doet, je bent je lichaam, je eigenschappen, je identiteit, je overtuigingen, je kind-deel, je volwassen-deel, je leefregels, je imago, je onderbewustzijn, je bewustzijn en wie je denkt te zijn.
Wie je denkt te zijn is je persoonlijkheid. Toch is dat niet wie je werkelijk bent, maar een onderdeel daarvan.
We denken veel in onderdelen van onszelf over onszelf. In dit hoofdstuk zal ik je uitleggen op welke manier je naar jezelf kijkt aan de hand van de volgende onderdelen. Zo ontdek je hoe je anders naar jezelf kunt leren kijken.
Je persoonlijkheid is wie jij denkt te zijn. Het is het IK verhaal welke je over jezelf verteld zoals in Hoofdstuk 1 al aan de orde is gekomen en het zijn de rollen die je vervuld. Dit IK verhaal wordt gevoed vanuit je overtuigingen, je leefregels en je imago. Je hebt het gevoel dat je jezelf kent en dat je weet wat er van je verwacht wordt in het leven. Rollen zorgen voor duidelijkheid en voor connectie met anderen.
Je persoonlijkheid is een arsenaal aan gewoontes. Je gedraagt je nu vanzelf zoals je jezelf altijd al gedragen hebt. Onze hersenen raken in de loop van ons leven geprogrammeerd en die programma’s bepalen ons gedrag. En het voor ons typische gedrag is wat we onze persoonlijkheid noemen. Toch is dit slechts aangeleerd gedrag en had het ook heel ander gedrag kunnen zijn geweest.
Je persoonlijkheid is een belangrijk onderdeel van jezelf, maar niet wie je echt bent. Het is een functie. Net zoals je maag, je lever, je huid. Als je denkt dat jij je persoonlijkheid bent dan trek je jezelf alles persoonlijk aan. Dat maakt je heel erg kwetsbaar.
Een koe is een rund, maar een rund is geen koe.
Een lichaam is JIJ, maar JIJ bent geen lichaam.
Je lichaam is het vervoersmiddel van jouw geheel. Je woont er letterlijk in en je wordt eraan herkend. Natuurlijk is dat belangrijk. Het is het gedeelte van jou wat voor iedereen te zien is, waarmee je de wereld tegemoet moet treden.
Je lichaam is echter slechts een onderdeel van jou. Het identificeren met je lichaam zorgt voor veel ellende. Als je lichaam niet is zoals jij het wenst dan doet dat pijn, omdat je in dat geval denkt dat het over jezelf gaat.
Het is belangrijk om je lichaam op de juiste waarde te leren schatten.
Iedereen heeft een heel stel overtuigingen. Een overtuiging geeft aan wat voor jou de waarheid is, het is jouw eigen versie van de werkelijkheid. Ze bepalen je realiteit. Om je realiteit (je leven) te veranderen zul je toch met je overtuigingen aan de slag moeten.
Het zijn vooral de negatieve overtuigingen die een destructieve rol in je leven (kunnen) hebben. Je bent je niet altijd van deze overtuigingen bewust. Overtuigingen die beperkend zijn kun je leren opsporen en je kunt leren ze niet als de waarheid te beschouwen.
Leefregels zijn normen die je jezelf hebt opgelegd. Deze normen komen voort uit waarden of uit overtuigingen. Deze regels zijn er om te bewaken en om naar te leven. Deze leefregels zijn wat je diep van binnen over de wereld om je heen geloofd. Zoals de wereld volgens jou hoort te zijn.
Deze regels zijn hardnekkig. Ze bepalen wat je ergens over denkt en voelt. Ze kunnen je leven zwaar en onmogelijk maken. Als je de overtuiging hebt dat je niks waard bent, dan kun je als regel hebben dat iedereen je aardig moet vinden. Als je deze regel hebt dan raak je gestrest als iemand onaardig tegen je doet.
Als deze regels verbroken worden dan schiet je in een actie-reactie cirkel. Het zijn jouw triggers.
Je leert manieren om leefregels op te sporen zodat je ze kunt leren loslaten wanneer ze je niet (meer) dienen.
Het imago is degene die jij van jezelf aan de buitenwereld wilt laten zien. Het is de kleding die je draagt, je haarstijl, je manieren van doen, je manier van praten enzovoort.
Je hebt een gezond en een vals imago.
Met je valse imago bedenk je negatieve overtuigingen. Je herkent het aan de onzekerheid die erin schuilt, je wilt iets van jezelf niet laten zien. Je wilt het contrasteren.
Het gezonde imago zorgt ervoor dat je past binnen je omgeving, waardoor je goed kunt functioneren in een groep. We zijn sociale wezens die afhankelijk zijn van de groep waarin we leven. Het is daarom heel erg nuttig om jezelf aan te kunnen passen.
Pijn is universeel. Iedereen heeft een of meerdere trauma’s opgelopen in haar leven. Een trauma kan van alles zijn. Iedere gebeurtenis (van heel klein tot zeer groot) kan een traumatische situatie voor jou zijn geweest. Je hersenen hebben een aantal overlevingsstrategieën om hiermee om te gaan.
Jij denkt over wat een ander over jou denkt. Jouw zelfbeeld is veel meer een anderenbeeld. Jij ziet jezelf zoals anderen jou – volgens jezelf – denken te zien. Je vindt het belangrijk wat anderen over je denken. Dat vind je belangrijk omdat je denkt dat jij je zelfbeeld bent. Als een ander daar iets over zegt, dan zeggen ze iets over jou. Dat wil je met hand en tand verdedigen.
Het geeft vrijheid als je niet meer onder invloed staat van wat anderen over jou denken, als je volledig comfortabel bent ongeacht de aanwezigheid van andere mensen.
Hoofdstuk 3: nemen van verantwoordelijkheid
De oorzaak ligt in ons, het gevolg ligt buiten ons.
De oorzaak van ieder probleem ligt in jezelf. Er is namelijk altijd wel iemand waarvoor jouw probleem geen probleem is. Verandering komt niet voort uit het veranderen van de wereld, maar uit veranderen van hoe jij over de wereld denkt. Leer jezelf niet meer als een slachtoffer van het leven te zien, maar als degene die er zelf verantwoordelijk voor is. Het nemen van eigen verantwoordelijkheid zorgt ervoor dat je invloed hebt.
In dit hoofdstuk leg ik dit uit aan de hand van de volgende onderdelen.
Om te kunnen worden wie je wilt zijn zul je moeten weten wie je nu bent. Het gaat daarbij om het afleren van automatismen en programma’s (oftewel je gewoontes). Je kunt pas stoppen met gewoontes als je deze herkent. De eerste stap is daarom zelfobservatie. Je kunt je eigen gedachten, gevoelens en gedragingen observeren.
Vanuit observeren ontstaat inzicht. En vanuit inzicht worden hindernissen en moeilijkheden opgelost. Daar ontstaat ruimte voor emotionele vrijheid.
Als je wilt groeien dan kun je geen slachtoffer meer zijn. Zelfs als je alle redenen hebt om boos te zijn, kun je geen slachtoffer meer zijn. Als slachtoffer wijs je met je vinger naar anderen. Dan hoef je zelf niks te veranderen. Wanneer je slachtoffer bent dan ben je overgeleverd aan de acties van anderen. Jij voelt je zoals anderen zich gedragen en dat ontneemt je jouw vrijheid. Het zijn van een slachtoffer maakt je passief. Dan heb je geen invloed.
Leer afstand te nemen van het verhaal over jezelf. Natuurlijk mag je jouw verhaal vertellen, maar niet eindeloos.
Maak van een dreiging een uitdaging waar je iets aan hebt.
Leer anderen te zien zoals ze echt zijn. Niemand is groter of kleiner dan een ander. We zijn allemaal mensen met dezelfde basisbehoeftes. Als een ander zich misdraagt dan is dat een schreeuw om aandacht, om liefde. Deze kennis kun je in je eigen voordeel leren gebruiken.
Omring jezelf met mensen waar je energie van krijgt en waar je blij van wordt. Zoek mensen uit die het leven op een gelijke manier willen leven, die gelijke waarden hebben.
Niemand wordt gelukkig van een leven zonder andere mensen, ze maken ons leven compleet. Het hebben van vriendschappen is verrijkend voor ons leven. Maar, hoe krijg en onderhoud je die vrienden?
Hoofdstuk 4: kunnen vergeven
Vergeven is niks anders dan loslaten. Accepteren dat het verleden nooit anders zal worden. Je laat daarmee de hoop op een beter verleden los. Je laat het verleden voor wat het is en focust op het nu. Je kunt afstand nemen van je automatische manier van leven. Je vindt de kracht om je anders te gedragen dan je emoties je ingeven.
In dit hoofdstuk leg ik uit waarom vergeven zo belangrijk is aan de hand van de volgende onderdelen.
Vergeven gaat over het heden en de toekomst. Het verleden blijft zoals het is. Je begint aan een nieuw hoofdstuk in je boek. Vergeven is een keuze die je maakt. Je hebt het nodig om niet vast te blijven zitten in wat ooit was, maar om voorwaarts te kunnen gaan.
Er zit een relatie tussen rouwen en vergeven. Rouwen is stap 1. Vergeven is stap 2. Soms is het eerst tijd voor rouw en is het nog te vroeg om te vergeven.
Neem de tijd als je jezelf rottig voelt. Je bent verdrietig totdat je dat niet meer bent. Je zult de tijd moeten nemen om dit verdriet te ervaren.
Echte schuld bestaat niet.
Denken in termen van goed en fout zorgt ervoor dat je iets verkeerd kan doen en daar schuldig aan bent. Toch is dat slecht een manier om ernaar te kijken. Je kunt er ook voor kiezen dit anders te zien.
Hoofdstuk 5: Wie wil je zijn?
Wie zou je zijn als je zonder invloed van anderen helemaal je eigen keuzes zou hebben gemaakt? Als je als alien op de wereld was gekomen, gevuld met behoeftes, zonder te weten hoe het er in deze wereld aan toe gaat? Zodat je jouw eigen leven in kan kleuren zonder te denken: hoort dit zo en wat vinden anderen ervan?
Het is belangrijk om te weten hoe je wilt zijn en wie je wilt zijn. In dit hoofdstuk geef ik hierover uitleg aan de hand van de volgende onderdelen.
Je weet nu wie jij denkt te zijn en wie jij echt bent. Wie je echt bent kun je zien als de contouren die nog ingekleurd kunnen worden. Het is nu tijd om binnen of buiten die lijntjes te kleuren: wie wil jij zelf zijn?
Wat geeft jou vreugde en voldoening?
Leer groter te denken dan hetgeen je nu voor je ziet. Alles kan. Zijn wie je wilt zijn geeft geluk. Het maakt blij. Het vervult je met trots.
De wereld kan ieders hulp goed gebruiken. Kies een wereldwaarde. Wat kun jij voor de wereld doen? Wat je geeft is namelijk wat je krijgt. Als je liefde aan de wereld geeft dan krijg je liefde terug.
Geef aan de wereld wat jij nodig hebt en je krijgt het terug.
Het verleden bestaat niet. De toekomst bestaat niet. Je bent altijd in het heden. Maar wat is dat heden? Het heden is niks anders dan momenten. Je leven bestaat uit momenten. De momenten kunnen als het ware uitgerekt of ingedrukt worden, waardoor de tijd respectievelijk langer duurt dan wel korter.
Het vergt moed om nu te leven. Je sluit daarmee uitstel en afstel uit. Als je nu leeft zul je het gewoon moeten doen.
Hoofdstuk 6: een bikkel worden
Veranderen is moeilijk en veel mensen stranden na de eerste paar pogingen om vervolgens weer te vervallen in oude manieren van doen. Ook de angst voor het onbekende gooit roet in het eten.
Vol goede moed begin jij aan de weg van wie je nu bent naar wie je graag wilt zijn. De eerste paar stappen zijn gezet en ineens wordt het moeilijker. Het oude bekende trekt aan je. Je bent een dag te moe. Je zit een week niet lekker in je vel. Je hebt gewoon even geen zin. Je bent bang voor de volgende stap. En voordat je het weet zet je weer een paar stappen terug.
De kunst van dingen anders gaan doen (wat dan ook) is niet zo zeer de geschiktheid van het punt waar je heen wilt, maar veel meer een kwestie van doorzetten. Je bent bang voor verandering. Je vertrouwt onvoldoende in je eigen kracht. In dit hoofdstuk vertel ik over angst, over wilskracht en doorzettingsvermogen, over redenen waarom veranderen zo moeilijk is en over jouw intrinsieke kracht.
Je zult een bikkel moeten worden om ook door te gaan wanneer het even moeilijk is.
Jij kunt moeilijk.
Ongelooflijk veel mensen gaan gebukt onder angst door het leven. Het wordt ervaren als een heel negatieve emotie waar je dan het liefste vanaf wilt.
Angst is een signaal van je lichaam dat de omgeving onveilig is. Het is heel goed om naar dit gevoel te luisteren. Voel je angst, controleer dan eerst of er echt sprake is van een werkelijk onveilige situatie. Als je altijd direct op angst reageert dan is angst de baas. Angst zorgt ervoor dat je te veel met je kop in het verleden zit en je onzeker gaat voelen over de toekomst.
Wat is angst en hoe je kun daarmee omgaan?
Iedere lang weg begint met een eerste stap.
Wilskracht is een spier die moe wordt bij veelvuldig gebruik. Wanneer deze opraakt verlies je over het algemeen je zelfbeheersing en doorzettingsvermogen. Net zoals je een spier kunt trainen kun je ook je wilskracht trainen: hoe meer je deze op een goede manier gebruikt, hoe beter deze werkt. Hoe meer je ermee oefent, hoe meer wilskracht je kunt besparen.
Het is moeilijk om te veranderen, maar zeker niet onmogelijk. Het kost tijd en energie in de vorm van aandacht. Gedrag wordt gestuurd vanuit gewoontes en het is de kunst om deze te ontdekken en te leren doorzien. Het is moeilijk om deze gewoontes te veranderen omdat ze als het juiste gedrag voelen waardoor je er eerder in mee wilt gaan dan er tegenin.
Veranderen is moeilijk omdat het per definitie niet goed voelt. Je zult daar doorheen moeten leren komen. Stapje voor stapje.
Jij bent niet machteloos. Jij bent sterk.
Als je denken, je voelen en je handelen op 1 lijn komen te liggen dan ben je in staat om alles wat je wilt voor elkaar te krijgen.
Hoofdstuk 7: tot actie overgaan, doen!
Gaan van wie je nu bent naar worden wie je wilt zijn vraagt om inzet. Een passief leven zorgt ervoor dat je jouw verleden naar het heden haalt. Dan pak je geen invloed. Een actief leven zorgt ervoor dat je jouw toekomst naar het heden haalt. Dan pak je wel invloed.
Leer goed voor je lichaam te zorgen en stel doelen waar je hart sneller van gaat kloppen. Hoe ga je om met tegenslag en wat zijn de valkuilen die je kunt tegenkomen? Zorg ervoor dat je in actie komt door iedere dag een kleine stap te zetten.
Om daadwerkelijk te kunnen leven in emotionele vrijheid zul je het gewoon moeten gaan doen. Verandering zit niet in grote stappen maar in die kleine dagelijkse stapjes.
Ik leg dit uit aan de hand van de volgende onderdelen.
Jij hebt de pen in handen en er ligt een blanco vel papier voor je neus. Jij bepaalt je eigen leven. Jij kiest je eigen normaal. Jij bepaalt je eigen koers.
Je hebt altijd een keuze. Dat is vrijheid.
Je lichaam is je voertuig, die heeft goede verzorging nodig. Het gaat er niet om dat je eerst een gezond lichaam nodig hebt voordat je met jezelf aan de slag kunt. Het gaat er wel om dat je óók goed voor je lichaam zorgt.
Een doel is een droom met een deadline. Een goed doel ligt net buiten je comfortzone. Zonder doel heb je geen richting. Met het stellen van een doel haal je de toekomst naar het verleden. Het is belangrijk om een doel je hebben waar je hart sneller van gaat kloppen. Kies daarom een doel dat past bij jou.
Je zult moeten weten, voelen en geloven wat je wenst te bereiken. Dat vormt de basis die je niet kunt overslaan. Weet wat je wilt en leer omgaan met tegenslag. Leer flexibel te blijven zodat je doelen gaandeweg kunt bijstellen. Leer in actie te komen.
Wanneer je weet wie je wilt zijn en welke waarden je wilt naleven, dan weet je ook welke richting je gaat volgen. Het is de lange termijn die je hiermee voor ogen houdt. Op die richting moet je ook doelen stellen, dat gaat over de middellange termijn. Maar dat zijn nog steeds grote stappen om te zetten en die grote stappen kunnen ook nog steeds ontmoedigen. Daarom plaats je ook piketpaaltjes. Die zijn gericht op de korte termijn.
Maak daarom een plan:
– Welke richting en waarden ga je volgen?
– Wat zijn je doelen?
– Bepaal je stappen, je piketpaaltjes
Om jezelf niet te laten ontmoedigen is het belangrijk dat je vooruitgang leert herkennen.

