Bang voor pijn

Dominique Morsink
  | 
19 juni 2024

Ik stond buiten bij mijn boom en ik voelde de angst ineens heel helder door mezelf stromen, als een afkeuring, alsof het niet goed is om mentale pijn te hebben, alsof het iets is wat niet mag. Het voelde vreemd om dat zo helder te ervaren. Het voelde alsof het iets is wat voor anderen niet fijn is, en van anderen anders van mij verwacht wordt. Er zit een enorme weerstand op het voelen van pijn. Een onrealistische weerstand. Je wilt je ogen ervoor sluiten, je hoofd ervan afwenden en er heel hard voor wegrennen. En ik stond daar vanmorgen, in stilte bij mijn boom en voelde die pijn opkomen, zoals altijd samen met de verzuring en verkramping die ze zo goed kent. En op haar hielen lag de weerstand, die als een polonaise in de achtervolging zat. Eerst kwam de pijn omhoog, toen de weerstand en als laatste de angst. Waar was ik dan bang voor? Angst was niet het primaire gevoel dat ik had, het primaire gevoel was verdriet. De weerstand liet me voelen dat dit gevoel er niet moest zijn, dat ze verkeerd zat, een verkeerde afslag had genomen en hier niet hoorde te zijn. U bent verkeerd verbonden mevrouw, ik ga nu ophangen. De weerstand maakte me bang, ineens zag ik het precies zoals het was. Bang was ik niet omdat ik met iets angstigs te maken had, bang was ik omdat de weerstand me liet geloven dat er iets helemaal niet in de haak was. Het gebeurde allemaal heel stiekem, niet recht voor mijn ogen, midden op de dag, zodat ik het goed kon bekijken en er een keuze in kon hebben. Nee, het gebeurde niet zomaar in het zicht. De weerstand deed haar werk in het duister, in spelonken verborgen, zomaar in het geniep, er vanuitgaande dat ik er geen aandacht voor zou hebben. En die aandacht had ik ook niet, ik was er niet mee bezig. Ik voelde gewoon wat ik voelde zonder bij mezelf te rade te gaan waarom ik deze gevoelens had. Het was ook zo normaal om verdriet en angst tegelijkertijd te kunnen voelen, dat er geen moment meer was dat ik dit ter discussie stelde. Totdat ik daar stond, bij mijn boom, en ik in die spelonken keek en zag wat daar gebeurde. Ik richtte mijn zaklamp op het juiste decor. Verdriet. Weerstand. Angst. Drie verschillen. Drie losse ervaringen waarvan er maar ééntje op haar plek was. Ik had er al veel over gelezen, over die weerstand, en het ook al wel eerder bij mezelf onderzocht. Toch was de helderheid ervan al die tijd achterwege gebleven en wist ik wel dat het zo was, maar kon ik het nog niet zo duidelijk ervaren. Erover lezen liet me van voor naar achteren gaan, ik wist dat je vanuit een gevoel van pijn niet alleen last van deze pijn zou hebben, maar ook van de weerstand tegen deze pijn. Het is de mantra van het Boeddhisme. Het ervaren liet me van achteren naar voren gaan. Ik stond daar en voelde me bang en vroeg me af waar ik bang voor was. 

Waar ben je bang voor? 

Ik weet niet waar ik bang voor ben. Ik ben gewoon bang.

Gewoon bang zijn is nutteloos lijkt me zo. Ben je bang omdat je alleen in een donker bos staat?

Nee. Daar ben ik niet bang voor. 

Waar ben je dan bang voor?

Ik weet het niet, ik voel me bang, ik voel angst, het zit in mijn lichaam aan de binnenkant. 

Oké, de angst zit dus in je lichaam?

Ja.

Haakt die angst ergens aan vast? Komt ze samen met een ander gevoel? Voel daar eens naar.

Ik denk dat de angst vastzit aan afkeur, aan de mening van anderen. 

Hoe bedoel je?

Nou ja, dat het voelt alsof ik iets doe wat niet goed is, wat niet mag. 

Van wie niet mag?

Weet ik niet goed, ik denk van anderen. 

Hebben die anderen een naam, een gezicht?

Niet echt, het voelt meer als het concept anderen. Dus niet heel erg als specifieke mensen. 

Bedoel je dat het een maatschappelijke afkeur is, iets wat we allemaal zo vinden?

Misschien is dat het wel ja. Alsof ik iets heb wat anderen afkeuren en het me bang maakt. 

Keuren die anderen af dat je verdriet hebt?

Dat vind ik een lastige vraag, ik weet het antwoord eigenlijk niet. Misschien ben ik het wel zelf.

Jij vindt zelf dat je geen verdriet zou moeten voelen? 

Niet zozeer dat ik het niet zou moeten voelen. Ik snap goed dat ik nu verdriet voel en dat gevoel voelt ook als op haar plaats. Alleen lijkt het misschien meer alsof ik dat er niet zomaar kan laten zijn. Alsof ik er iets mee moet doen. 

Zou je het moeten oplossen?

Ja, misschien is dat het wel. 

Dat zou betekenen dat je verdriet voelt, en je dat ook begrijpt, en dat er als vanzelf actie uit moet volgen. Er zit een gevoel wat niet fijn voelt, het voelt als een probleem en dat probleem wil je oplossen. 

Moet ik oplossen. Ik denk echt dat het te maken heeft met moeten. 

Het gevoel kan er dus niet gewoon zijn?

Nee, dat gevoel kan er niet gewoon zijn. Ik moet er iets mee doen.

Moet dat van die anderen? Die anderen zonder specifieke vorm.

Niet van anderen richting mij, ik denk dat het moet van mezelf. 

Waarom moet dat van jezelf?

Ik denk omdat anderen, oftewel de maatschappij waarin we leven, dat van me verwachten. 

Verwacht jij dat ook van jezelf?

Ik denk het wel ja. 

Dus de weerstand die je voelt is eigenlijk je eigen verwachting dat je een probleem moet oplossen? En verdrietig voelen is een probleem. 

Het gekke is dat ik het niet zo zie als je het zo stelt. Maar het voelt wel zo. Onder de oppervlakte. 

Waar denk je dan dat het mis gaat?

Ik denk dat het misgaat bij het labelen van een probleem. Dat verdriet voelen geen probleem is. 

En dus ook niet opgelost hoeft te worden? 

Dat hoeft niet opgelost te worden nee. Dat zou er gewoon moeten kunnen zijn. 

En stel dat verdriet er gewoon mag zijn. Wat is er dan anders voor je?

Als het er gewoon mag zijn dan verwacht ik niet dat ik er weerstand bij voel. 

Oké, duidelijk, weet je dan ook waar die weerstand vandaan komt? Want zo bekeken zou verdriet een probleem zijn en als je een probleem hebt wil je het oplossen. Waar ontstaat die weerstand?

Nou, wat ik denk is, dat wanneer ik een primair gevoel als een probleem ervaar wat ik moet oplossen, ik daar tegelijkertijd mee tegen mezelf zeg dat er iets in me zit wat niet goed is. En als iets niet goed is dan geeft dat een gevoel van weerstand. 

En hoe voelt die weerstand?

Schurend denk ik. Vervelend. Het geeft me het gevoel dat ik iets verkeerd doe. 

Is de weerstand niet zelf het gevoel dat je iets verkeerd doet? 

Ja. Misschien wel. 

Verdriet is een probleem. Problemen hoor je op te lossen. En problemen hoor je niet te hebben. Dus je doet iets verkeerd. Je hebt iets wat je niet wilt hebben. Daar moet je vanaf zien te komen. Het hoort er niet te zijn. Je moet je daar tegen verzetten. Weerstand. 

Zo lijkt het te zijn ja. 

En als ik dan nog een keer vraag hoe die weerstand voelt?

Pijnlijk. De weerstand voelt pijnlijk. 

Dus je voelt verdriet en daarbij pijn? 

Ja. 

Terwijl er eigenlijk alleen verdriet was?

Ja. 

En die angst waar je over praat. Waar komt die vandaan? Heeft die te maken met het verdriet of met de pijnlijke weerstand? 

Ik denk met de weerstand. Door die weerstand voel ik heel sterk dat ik op de verkeerde plek zit. Alsof het helemaal verkeerd gaat en ik misschien wel in duizend stukjes kan breken als ik het verdriet niet kan oplossen. 

Denk je dat je in duizend stukjes kan breken?

Ja, dat denk ik. 

En hoe zou dat zijn?

Vreselijk. 

Kun je daar nog van herstellen?

Nee. Dat denk ik niet. 

Weet je dat zeker?

Nee, dat weet ik niet zeker. 

Kan een verbrijzeld bot weer herstellen?

Ja.

Wat heeft dat bot daarvoor nodig?

Hoe bedoel je?

Nou, precies zoals ik het zeg. Hoe komt een bot van een gebroken toestand weer in een geheelde toestand terecht?

Gips en tijd. 

Precies. Gips en tijd. Gips is de steun die je jezelf kunt geven, door er gewoon te zijn. Gips doet niks anders dan er zijn. Het wordt aangelegd en het blijft daar een aantal weken ondersteunen. Dat gips kun je voor jezelf zijn. Door er gewoon te zijn voor jezelf. Bij het verdriet. En ook bij de duizenden stukjes waar je in uiteen kan vallen. En de tijd heelt de rest. Zou je er op die manier naar kunnen kijken? Durf je in duizend stukjes uiteen te vallen?

Ik zou het graag durven. 

Ik denk dat je nu jouw weerstand laat zien. Je wilt het wel, maar echt durven doe je het niet. Dat is de weerstand. De onzekerheid. De terughoudendheid. Wat voor een gevoel heb je?

Angst. Ik ben bang. 

Je weerstand maakt je dus bang? Is dat het?

Zo voelt het. 

Dus je hebt verdriet. En dat wil je oplossen omdat het voelt als iets wat er niet zomaar kan zijn. Dus het hebben van verdriet geeft weerstand. Je hebt iets wat je niet wilt hebben. Het alternatief zou zijn dat je het verdriet er gewoon laat zijn. Maar het verdriet er laten zijn geeft je het gevoel alsof je in duizenden stukjes uiteen kan vallen. 

En alsof ik ga verdrinken. Alsof verdriet te groot voor me is. 

Oké, dus je voelt nog meer. Nog meer redenen om er weerstand tegen te voelen?

Ja. 

Denk je dat je het hebben van puur verdriet niet aankunt? 

Ja. Ik denk dat ik dat zo denk. 

Je bent er dus bang voor?

Ja. Ik ben bang voor dat verdriet. 

Dus angst komt niet echt voort uit de weerstand. Het hangt er meer mee samen. Je hebt verdriet, dat voelt te groot voor je, dat wil je uit de wereld helpen, dat moet weg. Veel weerstand. En dat moet weg omdat je er bang voor bent. Angst en weerstand trekken samen op. 

Dat voelt inderdaad zo. 

Dus weerstand zit op twee plekken. Het is de weerstand tegen het primaire gevoel. De weerstand tegen het voelen van verdriet. En je hebt weerstand vanuit onzekerheid. Je wilt er wel bij komen, bij dat verdriet, maar het maakt je onzeker. Je weet niet hoe dat voor je gaat zijn, wie je daar gaat zijn, hoe je dat moet doen. Dat geeft ook weerstand. Vind je dit alles niet veel voor jezelf?

Hoe bedoel je?

Nou, je hebt verdriet. Dat is al heftig op haarzelf. En dan komt daar nog weerstand en angst bij. Terwijl die laatste twee er niet hoeven te zijn. Is dit nodig?

Als je het zo zegt niet. 

En als jij het zelf zou zeggen?

Dan ook niet. 

Zou het anders kunnen? Alleen zijn met dat verdriet en de weerstand loslaten waardoor angst vanzelf verdwijnt? 

Het zou zeker kunnen

Zou je het willen?

Ik wil dat graag. 

Heb je een idee hoe je dat zou kunnen doen?

Ik denk door te accepteren dat ik verdriet voel. 

Zeker, accepteren is heel belangrijk. Accepteren is een mindset. Dat kun je aan jezelf blijven vertellen, uiteindelijk ga je het een keer geloven. Je hebt nog wat anders nodig en dat is moeilijker. Eigenlijk is het zo eenvoudig dat het daarom heel moeilijk is. Wat je gaat doen is niks. Je doet niks meer. Je gaat niks meer willen oplossen. Niks doen in een situatie als dit is vreselijk moeilijk, vooral omdat het je niet in één keer zal lukken. Je hebt allerlei manieren geleerd om een pijnlijke emotie ‘op te lossen’, bijvoorbeeld door jezelf te verdoven met alcohol/drugs/eten/social media enzovoort. Of door een pijnlijke emotie in te vullen met iets anders, bijvoorbeeld met een ander zijn als je liefdesverdriet hebt. Het begint ermee dat je deze methoden van jezelf leert ontdekken en er bewust voor kiest om dit niet meer te doen. Dat lukt niet zonder slag of stoot. Het zal je soms wel lukken en soms niet. En die keren dat het niet lukt is dat prima. Het is niet de bedoeling om boos op jezelf te zijn. Je bent je best aan het doen en dat is alles waar het om gaat. Je focust op de keren dat het wel lukt en die moet je koesteren. Daar ben je trots op. Je hebt jezelf heel erg geleerd om iets te moeten doen bij pijn. Nu ga je jezelf leren om niks meer te doen bij pijn. Die pijn mag daar zitten, die mag opzwellen en de grootst mogelijke omvang aannemen zodat je als een baksteen naar de zeebodem zinkt. Het mag zoveel ruimte innemen totdat je longen ademloos achterblijven. En het mag dynamiet zijn welke je doet opblazen en in stof in plaats van duizend stukjes laat veranderen. Stof. Dat kun je niet eens meer lijmen. Het mag allemaal. Blijf aan dat verbrijzelde bot denken. Een bot in duizend stukken wordt ook weer één geheel, nooit meer helemaal zoals het was, maar wel weer heel en sterk en stevig. Zijn zoals je was moet je nooit willen, we veranderen altijd en iedere dag, iedereen, jij en ik, laat je meevoeren met deze veranderingen en ervaar dat het een verbetering is. Je stopt met iets te doen. Je laat je verdriet er zitten. Je gaat kijken en voelen wat het met je doet, wie het is die daar zit. Beweegt het of zit het stil? Is het zacht of stekelig? Is het hard of vloeibaar? Pijn hoort bij het leven. Die gevoelens kun je nooit vermijden of eraan ontkomen. Het is niet slecht voor je. Het schuurt je op tot een diamant. De weerstand en de angst die je er zelf bij creëert, die kun je wel vermijden, die hoeven er niet te zijn. Als je door je weerstand heen bent gebroken zul je ontdekken dat je veel meer aankunt dan je denkt. Dat kunnen we namelijk allemaal. We zijn oerkrachten, jij bent een oerkracht. Kun je iets met wat ik zeg?

Ik kan daar iets mee. Ik vind het wel spannend. 

Natuurlijk is het spannend. Wat ga je nu doen?

Ik ga mijn ogen sluiten en ervaren wat ik allemaal voel en denk. Waar het primaire gevoel zit en wat er gebeurt als ik haar daar gewoon laat zijn. 

Dus, wat ga je nu doen? 

Ik blijf bij mijn gevoel. Want gevoelens horen er te zijn en ze mogen er zijn. Ik kan breken. En ik kan weer heel worden. Ik heb vertrouwen in mezelf. Ogen dicht en verstand op nul. Gewoon doen, dat niks doen.

Artikel uit de categorie:
Forest People

0 Reacties op "Bang voor pijn"

Geef een reactie op dit artikel

© 2026 DMW Consultancy - Powered by Maatos