Liefde vinden en verliezen

Dominique Morsink
  | 
19 juni 2024

Er zit een gat in mijn hart, precies in het midden. Dat gat heeft er altijd al gezeten, alleen wist ik niet van haar bestaan. Het kriebelde en het jeukte, het brandde en het stak, het hart – met dat gat in het midden – mijn hart welteverstaan, gedroeg zich als een leeggelaten zakje. Ik zocht en ik zocht, ik probeerde en ik deed mijn best. Het leeggelaten zakje voelde leeg, kil en eenzaam. Ik vond jou toen ik nog mijn kleinere zelf was en gelijk voelde ik daar een stukje, precies passend in dat middelste gat. Voor mij was je stralend en wonderschoon, je leek op alles wat ik altijd al zocht. Ik kon me niet voorstellen dat anderen dat niet zagen, je zonneschijn tilde me op en liet me zweven, door het midden van mijn hart, zo vaak heen en weer totdat er geen gat meer over was. Met jou erbij was er niks met kriebel, niks met jeuk, niks dat brandde, niks dat stak. 

 

Ik durfde het niet, ik kon het niet. Het was te groot, te vreemd, te anders, te vervullend, te veel voor mij. Ik zat muurvast in mijn eigen gat, midden in dat hart. Ik stak mijn handen naar je uit, maar trok ze snel naar binnen zodra je naar me keek. Ik durfde niet met je te zijn, ondanks dat ik je gelijk herkende, vanaf de eerste blik, dat jij het was voor mij, dat jij ik was en ik jou. 

 

Ik liet je gaan, heel ver weg bij mij vandaan, achterblijvend met dat leeggelaten zakje. Ik zocht en ik zocht, ik probeerde en ik deed mijn best. Ik forceerde aanraking, ik forceerde liefde, ik forceerde het allemaal. Ik leerde veinzen en genoegen nemen met. Maar niemand kon mijn ware zelf beroeren en niemand paste meer in dat gat, daar midden in mijn hart. Ik deed zo mijn best dat ik zelfs vergat dat jij het was die daar paste, in dat gat, midden in mijn hart. Ik liet mezelf geloven dat ik zo hoorde te zijn, met een leeggelaten hart waar echte liefde zich geen moment meer werkelijk kon nestelen. Een leven met de focus op mijn eigen kracht, op mijn eigen verbinding. Geen passie. Geen chemie. Gewoon ik. En dat werd de basis die ik normaal leerde vinden. Ik kon daar goed zijn, mijn hart ingekapseld, aangevuld met mijn liefde voor de mensen om me heen. Ik vergat het gat, het werd de norm, zo voelde het om te leven, ik was iemand die dichtbij anderen kon zijn maar nooit echt helemaal tot in het midden. 

 

Ik vond je weer. 

Jou.

Mij. 

Ik vond jou.

En daarmee mijzelf. 

Alsof de wereld kleur kreeg en ik besefte dat het zwart-wit was geweest. 

Het liet me pauzeren en versnellen, op magische wijze, een gouden windvlaag die door jou, door mij, door ons, waaide en onze beider harten met elkaar liet versmelten. 

Ik was er stil van. 

Het gaf me lucht.

Het ontnam mijn adem. 

Jij. Ik. 

Wij. 

Wat ik van mezelf dacht bleek niet van mij, maar van de omstandigheden te zijn. Ik had geen afstandelijk hart, ik was niet vrij van lust, ik kon connectie maken en me vereenzelvigd voelen. Ik kon echt met iemand zijn. 

 

En ik verloor je opnieuw. De wind dreef ons uit elkaar, precies op het moment dat ik je helemaal in me opgenomen had. Jouw aanwezigheid paste precies in mijn gat, en ik paste precies in dat van jou. Want ik was daarin niet alleen, jij had ook zo’n gat, midden in je hart. Waar ik moeiteloos in kon verdwijnen, me kon nestelen in de warme randen, je handen kon pakken, mijn hart kon openen en kon laten zijn. Precies in dat gat zat ik, samen met jou te zijn. En precies in mijn hart zat jij, samen met mij te zijn. Tegelijkertijd, op dezelfde plek, versmolten in het moment. 

Je ging. 

Ik bleef. 

Ik brak. 

Jij brak ook. 

 

Er zit weer een gat in mijn hart. Precies in het midden. Nu weet ik van haar bestaan, ik voel haar zitten. Het is een vreemde gewaarwording omdat een gat impliceert dat er iets ontbreekt, terwijl het meer voelt alsof er iets aanwezig is. Een aanwezigheid van een iets, een groot iets, met haar oorsprong in mijn hart, dat opbolt en mijn borstkas vult. Een drukkende sensatie. Ik zoek naar afleiding, naar andere mensen die me kunnen vervullen, vullen met iets, ergens mee, wat dan ook, om van dat gevoel af te komen. Gisteren ging ik met iemand uit, leuk iemand, hopende dat jij van je toneel zou verdwijnen, dat ik je door een ander achter de coulissen kon laten verdwijnen. Dat de opbollende sensatie me met rust zou laten. De zuurte van het gat. Het lukte me niet. Het gemis werd groter, groter dan mezelf en benam me al mijn plezier. Als ik naar een ander kijk dan zie ik alleen jou. Als ik eraan denk dat een ander me aanraakt dan voel ik mezelf ter plekke bevriezen. Ik zie alleen jouw handen, wil alleen jouw handen voelen, op mijn lichaam, in mijn ziel, er past nu niemand anders in het gat van mijn hart. Ik wil daar niemand anders in de buurt hebben, het kan niet, het past niet, het voelt niet echt. Het is niet echt. 

 

Ik ben bang voor een leven zonder jouw liefde. Bang voor een leven zonder jou. Ik ben bang dat ik nergens de volledigheid kan voelen, dat ik niet meer vervuld kan zijn. Ik voel me van binnen breken zonder jou. Ik weet niet meer hoe het moet. Ik wil met niemand anders zijn, kan niet met iemand anders zijn, jij neemt alle ruimte in beslag. Dus nu zit ik weer met dat gat, midden in mijn hart, volledig voelend dat ze daar zit, bewust van haar bestaan. Hoe kom ik er vandaan als ik daar het liefst wil blijven?

Artikel uit de categorie:
Forest People

0 Reacties op "Liefde vinden en verliezen"

Geef een reactie op dit artikel

© 2026 DMW Consultancy - Powered by Maatos