Als je niks leuks te zeggen hebt, dan kun je maar beter niks zeggen. Een rake Loesje uitspraak. Steeds vaker ondervind ik de gevolgen van de devaluatie van woorden. Ik pleit voor een wereld waarin je alleen nog mag zeggen wat je onder alle omstandigheden kunt naleven en waarmaken. Dat betekent eigenlijk automatisch al dat je de woorden ‘altijd’ en ‘nooit’ uit je vocabulaire kunt schrappen. Die komen eigenlijk nooit uit, behalve dus in dit zinsverband. En zijn altijd onwaar, zoals in dit zinsverband. In andere zinnen horen ze niet snel thuis. Behalve als je dingen wil zeggen als: ik word nooit twee keer geboren, ik ga altijd aan het einde van mijn leven dood, ik zal nooit veranderen in een kiwi en ik zal altijd een mens zijn. Kijk, dat zijn rake uitspraken, die kloppen gewoon. Die kun je zeggen en volledig – onder alle omstandigheden – naleven. Daar hoef je weinig voor te doen. Dingen als ik zal altijd van je houden, ik laat je niet meer uit mijn leven wegglippen en soortgelijke zinsgenoten kunnen beter niet meer uitgesproken worden. Behalve als je echt voelt, aan al je zintuigen, dat je de volledige en oprechte waarheid uitspreekt. Dan zijn het de mooiste woorden om uit te spreken, en klinkt het als muziek die je oren van binnen verwarmt. Het is hard om beloftes te krijgen die ineens van koers wijzigen. Natuurlijk is het waar dat situaties veranderen en omstandigheden komen en gaan. Je weet niet altijd hoe het leven er over een tijdje uit zal zien. Ik bedoel ook niet dat je niet meer mag zeggen dat je van iemand houdt, gaat trouwen en het later niet meer in mag trekken. Ik denk dat ik het vooral bedoel met betrekking tot het scheppen van verwachtingen op de kortere termijn. Zo kwam ik met mijn hartstochtelijke hoofd terecht in een situatie waarin mijn hart sneller ging kloppen en ik mijn ziel te koop had staan. Ik was er klaar voor. Mijn weg naar hem stond volledig open, het ja had haar koffers gepakt en zat op het puntje van mijn tong braaf te wachten om pardoes het land van de gesproken woorden in te kunnen buitelen.
Gaan we elkaar zien?
Ja, we gaan elkaar zien.
Weet je dat zeker?
Ja, dat weet ik zeker.
Korte zinnen. Makkelijke woorden. Het ging nog door.
Wij hebben alleen elkaar nodig.
Wij hebben alleen elkaar nodig.
Ik verlang naar je.
Ik verlang naar jou.
Blijven we samen?
We blijven samen. Ik laat je niet meer wegglippen.
Als je zoiets zegt dan zou het zo fijn zijn als je het alleen maar zegt als je het ook echt meent en blijft menen. Woorden, vooral als ze zo kort en voor iedereen gemakkelijk te articuleren zijn, zijn snel gesproken. Misschien geeft ze dit een valse vleug van gemakkelijkheid mee, juist omdat het zulke eenvoudige woorden zijn. Alsof hun lading ook niet zoveel om het lijf heeft, alsof ze net zo lading-loos weer kunnen vertrekken als ze gekomen zijn. Niemand die het merkt, niemand die het raakt, alsof je opkijkt en jezelf afvraagt of je iemand hebt horen praten. Het is een valse vleug, het is de schijn van moeiteloosheid die een spelletje met je speelt, het zijn kleine woorden met een enorme lading, en die lading slaat je om je oren wanneer de woorden zelf als vluchtige stoffen zomaar weer vervlogen zijn. Ik voel dat heel sterk. Ik heb veel gevoel bij woorden die aan mij geboden zijn zonder dat ze hun prijs waardig zijn geweest, zonder dat ze een daad bij hun woord hebben kunnen voegen. Ik voel veel bij dit proces. Woorden zijn voor mij een wonder op zichzelf, ik ben er dol op, ik gebruik ze veel en overal gemakkelijk. Ik vloek, ik tier, ik raas, ik kalmeer, ik ondersteun, ik omhels, ik hou van. Woorden stromen via het puntje van mijn kruin, langs mijn ruggengraat, door de puntjes van mijn vingers en via de voorkant van mijn tong, zo de wijde wereld in. Ik sta ergens mee in verbinding, het is vloeibaar, krachtig en sterk. Toch ontvallen mij net zo moeilijk de woorden waarvan ik voel dat ze nog niet voor anker liggen. De woorden die misschien heel klein en kort kunnen zijn, maar waarvan je voelt dat ze een enorme ruimte innemen, vooral de ruimte om iemands hart. Waar een warm nestje hoort te zijn, een veilige haven waar deze woorden zonder weerstand naar binnen mogen varen. Als ik voel dat woorden niet voor anker liggen, niet in dat veilige haventje kunnen aanmeren om daar een eeuwige rustplaats te vinden, dan slik ik die woorden in, met veel moeite tot achter het strottenhoofd zodat ze alleen nog maar in de diepte van mijn lichaam kunnen verdwijnen. Die woorden spreek ik niet uit. Die dollen door mijn hoofd, kunnen tegen de binnenkanten van mijn lippen schoppen om eruit te kunnen, die marcheren op mijn tong heen en weer in afwachting van het verlossende startsein, die smeken me op blote knietjes om verlost te worden. Ik klem mijn lippen op elkaar en doe niks. Als ik het niet echt kan waarmaken, dan zeg ik helemaal niks. En ik zou wensen dat er meer mensen zijn die dat op dezelfde manier zouden kunnen. Het zou veel pijnlijke harten schelen. De beste manier om je beloftes na te komen, is door minder te beloven.







0 Reacties op "Zomaar iets zeggen"