7.3.3. Doelen bereiken

 

 

Veel doelen mislukken en dat hoort erbij, kies de juiste doelen

Ieder jaar stel je nieuwe doelen aan jezelf. Je gaat nu eindelijk die tien kilo afvallen. Je gaat eindelijk werken aan een sixpack. Je gaat nu echt die gedichtenbundel schrijven. Je gaat dit jaar je huis beter onderhouden. Je gaat die stapel boeken lezen die verwachtingsvol naar je kijken. Een doel stellen geeft erg veel energie. Je kan je toekomstige zelf al helemaal voor je zien. Stralend voor de spiegel kijk je naar je nieuwe strakke taille. Je ziet jezelf fit en vrolijk voor de dag verschijnen. Met nieuw vergaarde kennis door al die boeken die je gelezen hebt. Het is heel erg gemakkelijk om een doel te stellen. En dan ineens ben je zomaar een paar maanden verder en is er nog niks van je doel terecht gekomen. Dan word je boos op jezelf omdat het je alweer niet is gelukt. Het is niet zo dat je hebt zitten lanterfanten. Blijkbaar ben je niet goed in het uitvoeren van doelen. Anderen wel. Jij niet. Misschien neem je jezelf niet serieus genoeg. Of ben je gewoon te zwak om die chocoladereep te laten liggen. Of ben je helemaal geen goede dichter. Een goede dichter maakt namelijk gedichten. En dat lukt jou niet eens. Deze gedachten houd je voor jezelf. Het voelt namelijk helemaal niet fijn om mislukkingen met anderen te delen. Dan loop je zomaar het risico dat anderen denken dat je daadwerkelijk een mislukking bent.

Laat ik je dan maar gelijk uit je droomwereld halen: deze gedachten hebben we allemaal. Iedereen vindt het ingewikkeld om gestelde doelen te behalen. Als het niet lukt komen er automatische gedachten over zelfafwijzing naar boven. Die we vervolgens allemaal niet met elkaar delen. Waardoor jij denkt dat je de enige bent. Dat denk ik namelijk ook. En Piet van de buren denkt dat ook. En Helga van je werk ook. Het is daarom handig om ook de momenten dat iets niet lukt met anderen te delen. Dan merk je gelijk dat het heel erg universeel is om zo af en toe te mislukken. Het is ook maar net hoe je mislukken definieert. Iets wat niet lukt, mislukt. Zo simpel is het. Niets meer en niets minder. Je hoeft er zelf zeker geen negatieve betekenis aan te geven. Dan maak je het vanzelf minder groot dan het is.

Doel-wetmatigheid: we stellen doelen en die doelen kunnen zomaar mislukken. Shit happens. Je kunt ook niet alle doelen verwezenlijken. Soms stel je te veel doelen waar je praktisch helemaal niet aan toe kunt komen in één mensenleven. Soms stel je onrealistische doelen als je een halve meter langer wilt groeien. Soms stel je afhankelijke doelen waar je anderen voor nodig hebt die niet altijd op hetzelfde moment met je mee kunnen gaan.

Dit is allemaal lastig, maar het zijn zeker geen deal brekers. Het is heel erg gezond om doelen te stellen. Dat is een verworven vrijheidsrecht. Het zorgt voor vernieuwing en verbetering. Daarom blijven doen, die doelen stellen. Accepteer dat het normaal is dat niet alle doelen kunnen uitkomen.

Een gevolg van deze wetmatigheid is daarom dat het voor het slagen van doelen belangrijk is dat je er kritisch naar leert kijken. Is het een doel dat uitvoerbaar is? Onthoud daarbij de mooie betekenis van een doel: Een doel is een droom die werkelijkheid wordt (deze heb ik niet zelf verzonnen, maar ik ben vergeten wie wel). Doelen mogen over de top zijn. Doelen mogen ver uitstijgen boven je huidige standaard. Realiseerbaar zijn is iets anders dan voldoen aan verwachtingen. Maak je eigen doelen – gekke doelen, hoge doelen, zijwaartse doelen – in plaats van doelen waarvan anderen zouden vinden dat het jouw doelen moeten zijn. Dat onderscheid is soms lastig te maken. Je denkt waarschijnlijk gelijk dat dit voor jou appeltje eitje is omdat je overduidelijk je eigen doelen stelt. Toch word je vaker geleidt door je directe omgeving – ouders, partner, vrienden, sociale status van je buurt – dan je denkt. Je hebt een zelfbedacht idee over wat je ouders voor je zouden wensen, of beter gezegd: wat jou tot een goed kind maakt. Dat is een normaal beeld welke je vormt terwijl je opgroeit. Dat kan iets totaal anders zijn dan wat je ouders zelf vinden of denken. Of het beeld overeenkomt weet je vaak niet omdat er weinig over wederzijdse verwachtingen gesproken wordt. Toch laat je jezelf onbewust erg leiden door jouw beeld van wat je ouders zouden vinden. Datzelfde geldt voor je partner. Die zal vast wel dingen zeggen die jij hebt opgeslagen als zijnde belangrijk voor hem. Ook daar houd je rekening mee bij het stellen van persoonlijke doelen. Ook het niveau van je vrienden of van de buurt waar je woont spelen een rol. Ons kent ons, en ons vindt ons prettig. We houden van gelijk. Ook gelijk krijgen, dat weet ik, maar nu bedoel ik iets anders. Ik bedoel gelijk als in: we hebben graag minstens dezelfde auto als onze buren, liefst een slagje duurder. We verdienen graag minstens hetzelfde als onze vrienden, liefst een slagje meer. Je bent tevreden met je salaris, totdat je weet wat je collega’s verdienen. Van dat type. Je kent het wel. We praten er nooit met elkaar over. Maar je weet gelijk wat ik bedoel. Bodemlijn: denk kritisch na over de doelen die je wilt halen. Zijn het doelen die je helemaal alleen voor jezelf stelt zonder dat het uitmaakt wie je ouders, partner, vrienden of buren zijn? Check box vink op groen. Zijn deze doelen vervolgens uitvoerbaar? Nogmaals check box vink op groen. Je kunt aan de slag.

Nu komen we ergens. Je hebt al ontdekt dat je net als alle anderen af en toe een loser bent. Je wilt wat en je verliest wat. Dat is vanaf vandaag gewoon helemaal prima en je gooit die lading van je af door er eens flink over te praten met iemand anders. Heb je gelijk de ander een groot plezier gedaan: die voelt zichzelf direct een stuk beter. Mislukking hoort bij uitproberen. Soms lukt-het-toch-niet en mis-lukt-het-dus. Dan-probeer-je-het-gewoon-nog-een-keer. Wellicht op een andere manier. Wat in ieder geval niet lukt is de strategie die je normaal hanteert. Ook hier heb ik weer een mooie uitspraak bij, waarvan ik in dit geval wel weet dat deze van Einstein komt: De definitie van waanzin is steeds hetzelfde proberen en toch een andere uitkomst verwachten. Nu je erachter bent gekomen welke doelen je echt wilt en kunt stellen voor jezelf heeft het geen zin deze allemaal bij elkaar op een hoop te gooien. Dat heb je jouw afgelopen leven al gedaan. Werkte dat? Nee. Denk aan Einstein: heeft het dan zin om het weer op die manier te doen? Nee. Nu komen we bij een andere wetmatigheid.

Doel-wetmatigheid nummer 2 geeft aan dat we druk zijn. Druk zijn betekent eigenlijk: weinig tijd over hebben. Dat kun je uit van alles afleiden. Bijvoorbeeld uit hoe we over tijd praten: tijd kun je vullen, tijd kun je tekortkomen, kun je over hebben, geen tijd is geen prioriteit. Enzovoort. Enzovoort. Tijd is het gekste wat we hebben, waar we het minste bij stil staan. Hoe dan ook: tijd hebben we vaker te kort dan te veel. Hoe vaak ga je een uur eerder naar huis van je werk omdat de vergadering niet de gehele afgesproken tijd vulde? We praten constant met elkaar over tijd, en dan vooral over het gebrek aan tijd. “Hoe gaat het met je?” “Goed. Druk.” Onze standaard begroeting gaat er zelfs over. Het is gewoon een feit: je hebt het erg druk. Laten we hier buiten beschouwing laten of dat zinvol of goed is. Het is nu nou eenmaal zo. Je hebt het erg druk met het leven van je normale leven. Bij het invullen van je huidige leven over de tijd-as heb je helaas extra ruimte vergeten in te richten. Extra ruimte voor onvoorziene situaties, zoals een extra doel om te behalen. Jouw leven is geen project om te managen. Dus nee. Natuurlijk heb je niet standaard een paar uur per dag vrijgelaten in de planning om te besteden aan alle doelen die spontaan voorbijkomen. We hebben als Westerse samenleving een klok bedacht waarlangs we netjes lineair leven. We brengen onze kinderen rond gestandaardiseerde tijden naar school. We gaan rond gestandaardiseerde tijden naar ons werk (kijk maar om je heen als je in de file staat, al die mensen leven ook volgens jouw klok). Daar omheen slaap je, kook je, eet je, lanterfant je, werk je, doe je de was, en ben je moe. Als je 40 uur per week werkt, dan ben je in principe 128 uur per week vrij. Je hebt dus meer dan 3 keer meer vrij dan dat je werkt (!), als je fulltime werkt. Hoe krijg je het dan toch voor elkaar om niet 2 doelen per week extra te realiseren? Grapje natuurlijk. Je hebt dit idee zelf waarschijnlijk wel: waar gaat toch al je tijd naartoe? Buiten je werk vooral aan moe zijn (als gevolg daarvan weinig tot niks doen) en slapen. Je richt je eigen lineaire tijd-as helemaal in. Je kunt niet iets extra’s gaan doen. Die tijd is daarvoor niet vrij. Je kunt het ten koste laten gaan van slapen, maar dat lijkt me geen goed idee. Om een doel te behalen zul je er tijd voor moeten maken. Daarom heeft het geen zin om alle doelen op één hoop te gooien. Het kost te veel tijd om die allemaal tegelijkertijd in te passen. Je bent namelijk ook erg blij met de dingen die je al doet. Als je van plan bent om je huidige leven helemaal om te gooien zodat je al je nieuwe doelen kunt inpassen dan kom je van een koude kermis thuis. Dat is vragen om mis-lukken. Je hebt daar uiteindelijk gewoon geen zin in (terecht).

Het gevolg van wetmatigheid nummer 2 is dat je prioriteiten moet stellen. Welk doel is het meest belangrijk? Met deze ga je aan de slag en de rest parkeer je tot later. Misschien zijn die doelen tegen die tijd helemaal niet belangrijk meer en kunnen ze in de prullenbak. Zo houd je het lekker luchtig. Je gaat aan één doel per keer werken. Daar kun je tijd voor maken.

 

 

 

 

BEKIJK ALLE Voeg notitie toe
JIJ
Plaats een opmerking
 
© 2026 DMW Consultancy - Powered by Maatos